Oefeningen

in Rusteloosheid

Therapeutische spraakverwarring

Een spinnende vloerpoetser rijdt de wachtkamer binnen. Ik kijk op vanachter mijn boek en voel me betrapt. Onterecht zo blijkt, de man in overal heeft enkel aandacht voor de muziek in zijn oren. Ongemakkelijk schuif ik naar achter en verdwijn opnieuw in wachtmodus.  

‘Komt u maar, u bent de laatste vandaag,’ klinkt het plotseling boven het gezoem van de poetsmachine uit. Ik volg haar naar een spreekkamer waar een geurkaars staat te branden. ‘Zet u. Maak het u gemakkelijk.’

(Zitten?) 

‘Zo, ik luister. Hoe gaat het nu met u?’

‘Het gaat,’ zeg ik aarzelend, ‘maar aangenaam is anders.’

‘Neen, dat kan ook moeilijk. Ik heb uw dossier met enkele collega’s besproken. Ik zal rechtuit zijn. U zit met onverwerkte trauma’s.’

‘Onverwerkte trauma’s?’ herhaal ik. ‘En u denkt dat—

‘Ongetwijfeld. Zolang u niet met uw innerlijke zelf in het reine komt, gaan de klachten zich blijven manifesteren. U moet zich als het ware volledig binnenstebuiten durven keren.’

‘Dokter, dat ‘binnenstebuiten’ is nu net wat ik graag zou willen ongedaan maken.’

‘Dat zal u moeten toelichten.’

‘Mijn huisarts verzekerde mij dat u de aambeien zou kunnen verwijderen.’

‘Aambeien?! … U bent niet de heer Van den Borre.’ Vraagt ze aarzelend, terwijl ze in haar papieren begint te rommelen. ‘Herman Van den Borre.’

Ik schud het hoofd. ‘Koen Vandenborre… En u bent niet dokter Schoenmakers?’

Ze schudt het hoofd. ‘Dokter Huydevetters. Dokter Schoenmakers zit op het einde van de gang.’

Enkele ogenblikken later zit ik weer in de wachtzaal en bedenk hoe het Herman Van den Borre moet zijn vergaan met zijn onverwerkte trauma’s toen hij, op het einde van de gang, van dokter Schoenmakers te horen kreeg de broek te laten zaken, voorover te buigen en de billen te spreiden.’ 

kabinet

Zin in meer?