Oefeningen

in Rusteloosheid

Hoedje op

Met het geduld van een man op vakantie wacht ik tot de douche vrijkomt om zand en zweet van me af te spoelen. Een verfrissende duik in het zwembad ligt in het verschiet, daarna een groot glas rosé de Provence. De man voor mij draagt een blauwe zwemshort en bovenop zijn riante bos krullen een bijpassend blauw hoedje. Wanneer het zijn beurt is, stapt hij onder de douche en laat het water weldadig over zich heen stromen. Zijn hoofd houdt hij behendig uit de douchestraal. Hij gaat op de rand van het zwembad zitten. Voorzichtig glijdt hij het water in. Ter hoogte van de zwemshort volgt een korte aarzeling en een versnelde ademhaling waarna hij tot aan de nek in het water verdwijnt. Hij beoefent de gedateerde maar nog steeds populaire schoolslagstijl waarbij het hoofd (en in zijn geval dus ook het hoedje) boven de waterlijn blijft. Zijn hoedje glijdt als een dobber van kant naar kant, wel tien lengtes lang.

In sommige culturen is het belangrijk iets tussen hoofd en hemel te hebben. Een teken van eerbied voor het hogere.  Het lijkt me onwaarschijnlijk dat deze man om religieuze reden het hoofd bedekt. Al sluit ik het ook niet uit. Nieuwe religies ontstaan nu eenmaal en iemand moet de eerste zijn. Als bescherming tegen de verzengende zon? Dat is waarom ik een hoedje draag, maar ik beschik dan ook niet over een riante krullenbol. De voor de hand liggende verklaring lijkt me hier stijl te zijn. Deze man weet wie hij is en heeft er geen probleem mee dat te tonen. Hier ben ik! Zie mij graag! Iets in die trant.

Bij het verlaten van het zwembad complimenteer ik hem met het dragen van zijn hoedje, ook in ongewone omstandigheden. Hij kijkt me verbaasd aan. Hoedje? Zijn hand gaat instinctief naar zijn hoofd. “Glad vergeten af te zetten,” mompelt hij met een knalrode kop.

Misschien toch maar ophouden, denk ik. De zon hier is meedogenloos.

hoedjeop
10.08.2022

Bellevue vakanties

Op een steenworp afstand van Aire de Bellevue, ergens tussen Valence en Orange, trekken auto’s in caravaan over de Route du Soleil. Een plaspauze en een korte wandeling met Billy-Bob de hond leiden tot een onverwacht gesprek met een halfnaakte man met een boeddhabuik.  

“Vakantie! Dat zit hier,” antwoordt hij, na me kort te hebben aangestaard. Met twee vingers tikt hij driemaal tegen zijn slaap. Vervolgens spreidt hij zijn armen over de rugleuning van de bank en maakt zich zo breed mogelijk om zoveel mogelijk zon te vangen met zijn imposante lijf. “Ik rij al dertig jaar mijn trekker met oplegger van zuid naar noord en terug. De snelweg is mijn kantoor en mijn thuis. Ik heb nog nooit nood gehad aan een paar weken ergens ver weg. Als ik aan vakantie toe ben, hoef ik maar een knop om te draaien.” Opnieuw tikt hij tegen zijn slaap. “Mijn bureau staat ginds op de parking te blinken met een vol geladen oplegger klaar om verder te trekken. Hier laat ik dat allemaal los. Binnen een uur kruip ik onder de douche en kan ik er weer tegen, tot ik opnieuw zin krijg in vakantie. Dat kan morgen al zijn, maar evengoed pas volgende maand.”  

Ik complimenteer hem met zijn levenshouding en voeg er voorzichtig aan toe dat de meeste mensen toch net iets langer nodig hebben om terug op te laden.

Hij haalt de schouders op zoals alleen verlichte denkers dat kunnen. “Zie hoe ze zich opwinden, hoe ze zich zuchtend en puffend verplaatsen over op- en afritten, langs tankstations en péages, neerstrijken op picknick hotspots vol kinderen met lege blikken, om vervolgens opnieuw de stilstand in te duiken. Iedereen vloekt op de auto voor zich. Een processie van chagrijn en frustratie van Dijon tot Nice. Ze fulmineren op het infarct dat ze zelf helpen veroorzaken. Route de l’enfer zou een meer toepasselijke naam zijn. – En waarom? Om bijeen gepakt als sardines in een zandbak te gaan braden tot ze eruit zien als drollen in een kattenbak.”

“Bent u nu niet een beetje streng? Mensen zoeken gewoon een paar weken ontspanning, weg van hun dagelijkse beslommeringen.”

De boeddhabuik antwoordt niet meer. Alles is al gezegd, moet hij denken. Het orakel is moe. Met gesloten ogen staart hij onder de brandende zon naar het heerlijke uitzicht in zijn hoofd. – Bellevue vakanties, dichter bij dan je denkt.

vakantie
2.08.2022

Baguette bien cuite

Op de weg naar Saint-Aygulf net voor de Contact superette is er een warme bakker die drie soorten baguette verkoopt. Eigenlijk gaat het om één baguette en drie afbakwijzen: légère, dorrée, bien cuite. Ik ga altijd voor de tweede bakwijze, zoals de meeste klanten. De buitenkant knapperig goudbruin, de binnenkant luchtig en tegelijk stevig. Wie indruk wil maken bij zijn gasten koopt een légère, duwt het net voor de genodigden arriveren in de oven, haalt enkele minuten later een heerlijk geurende baguette uit de oven en neemt minzaam de complimenten in ontvangst. De derde optie is de donkere baguette met schroeiplekken en een diep grijsbruine kleur, de bien cuite. Ze liggen links van de dorrée, opgestapeld als getoaste houtblokken. Wie koopt dat nu, vraag ik me telkens weer af. Ongetwijfeld onterecht, wie ben ik om te oordelen zonder proeven. Maar toch, mocht het bij mij zo uit de oven komen het ging rechtstreeks naar het kippenhok.

Het is een bedenking die ik wel vaker maak: Wie koopt dat nu? In de kledingwinkel, de schoenenwinkel, de meubelzaak, bij de begrafenis-ondernemer, de autodealer, zelfs tussen de rekken in de supermarkt overkomt het me; eigenlijk overal waar er keuzes moeten gemaakt worden.

Mogelijk kan de Griekse sofist Protagoras van Abdera (490-420 v.Chr.) een en ander verduidelijken. Wanneer een gezellige avond onder vrienden bij een oplopende ruzie over drie soorten feta, uit de hand dreigt te lopen, stelt Protagoras dat de mens de maat is van alle dingen. Er moet een stilte gevallen zijn en veel wenkbrauwengefrons tot de filosoof zuchtend verduidelijkte dat waarheid subjectief is, en dat ieder mens over de dingen een andere mening kan hebben.

Wanneer nu iemand me bij de bakker vraagt of ik de bien cuite al geprobeerd heb, antwoord ik nog steeds alleen de dorrée te kopen, al acht ik het dankzij Protagoras van Abdera niet langer uitgesloten in de toekomst ook de bien cuit te zullen proeven. Het levert me – een zeldzame classicus uitgezonderd – altijd wenkbrauwengefrons op. 

baguette
27.07.2022

Geen wolkje aan de lucht

Wanneer je ruim vijftig jaar in je eigen hoofd woont, zouden er geen geheimen meer mogen zijn. Toch leerde ik afgelopen jaar iets bijzonder over mezelf. – Wolken fascineren me mateloos. Mijn belangstelling is puur vormelijk, esthetisch zo je wilt, niet metrologische van aard. – Ik ben me vanzelfsprekend al langer bewust van dit weerkundig verschijnsel, maar tot vorig jaar waren ze niet meer dan een detail in het dagelijkse decor dat zich toont aan iedereen die de moeite neemt op te kijken.

Tijdens de lange autorit naar het zuiden, ergens in de Bourgognestreek, valt me plots op hoeveel wolken er tegen de hemel opeengepakt zitten. Alsof Frankrijk net zoals met drink- en bluswater ergens een enorm reservoir aanlegt met als doel andere regio’s te bevoorraden wanneer er wolkenschaarste dreigt. – Aan de Côte d’Azur is die schaarste onvermijdelijk. Zee en lucht lopen in mekaar over in een eindeloos canvas. Van diep petroleum over dansend azuur naar korenbloemblauw. Oneindig veel schakeringen en geen wolkje aan de lucht.

Tot op een druilerige ochtend vanuit het niets een wolkentapijt vanaf de horizon het binnenland in schuift. De zee is vlak, tam en grauwblauw, langgerekte wolkenrepen glijden als een millefeuille over het land. Dankzij Monty Python’s Flying Circus weet ik dat de hand van God elk moment met vermanende vinger doorheen het wolkendek kan priemen. – Het mirakel blijft uit. – Voor een atheïst als ik zijn dergelijke fenomenen niet weggelegd. Ik keer terug naar de keuken van ons vakantiehuis, steek mijn ongelovige hand door het schuim in de afwasbak en haal de bordjes van het ontbijt boven.  

 

wolken
15.07.2022

Chillen met Tsjechov

De kortste weg tussen twee punten mag dan wel een rechte lijn zijn, de kortste weg naar een verkwikkend dutje is een boog. Ik verklaar me nader. Rond deze tijd wanneer de tuin in zijn plooi valt en het warme weer aanzet tot ledigheid, komt de hangmat boven. Het ophangen van een hangmat is een vaardigheid die enige finesse vereist. Om te beginnen moeten twee punten worden gevonden die voldoende draagkracht hebben. De gevolgen van het niet respecteren van deze regel, lijkt me even evident als pijnlijk. De locatie moet zo gekozen worden dat de zon zalft, niet bijt.  Ten slotte, en dit kan niet voldoende worden benadrukt, moet de hoogte zo worden afgesteld dat instappen eenvoudig is, maar er tegelijk een comfortabele boog ontstaat, niet te slap, niet te strak.

Met een dik boek trek ik in short en teenslippers naar mijn hangmatinstallatie. Het vooruitzicht een kortverhaal te lezen om vervolgens deinend in te dommelen onder het gewicht van een dode Rus maakt me oprecht gelukkig. – De teleurstelling is navenant wanneer ik mijn tienerdochter met een zak chips en hoofdtelefoon knorrend aantref in mijn hangmat. – Overlast door hangjongeren, het blijft een hardnekkig maatschappelijk probleem.  

 

hangmat
14.06.2022

Over koetjes en kalfjes

Diep in de Ardennen ligt het dorpje Champlon. Op zijn Frans klinkt het wat plomp, maar in het Waals begint het te zingen als een ijscokar: Tchimplion. Verlaat de N4 ter hoogte van Tenneville en voor je BOEOEH kan loeien zit je in een streek waarvoor het woord ‘glooiend’ is bedacht. De ideale plek voor een weekendje weg met familie.

Onze huurvilla is een plaatje. Modern, voorzien van alle comfort én tegelijk rustiek. Buiten overheersen strakke lijnen en de koppigheid van Ardense natuursteen. Aan de achterzijde gaan terras en tuin naadloos over in een fabuleus uitzicht van weiden, velden en dennenbossen. Binnen zijn beide ijskasten gevuld met alles waar een mens zin in kan krijgen. De jeugd duikt in het zwembad en ik begin aan een korte wandeling door het gehucht.

De volgende ochtend maak ik kennis met de bonte koeien in de weide. Ze kijken me aan met grote intelligente ogen en een vredelievende inborst. Prachtige dieren. Ik maak een praatje, maar naast een verbaasde blik is er weinig interactie. De weide loopt leeg en dag gaat over in nacht. Tegen de ochtend, nog voor de vroegste kerkklokken, heffen de kalfjes die voor het eerst van hun moeder worden gescheiden een gregoriaans getijdengebed aan. Niemand heeft hier nood aan een wekker.

Op de tweede dag realiseer ik me nog geen enkele levende lokale ziel te hebben ontmoet. Niet tijdens een wandeling, niet al slenterend in het dorpje, niet tussen weiden en velden.  Koeien lijken hier de enige bewoners van de streek.

De laatste avond gaat de BBQ aan. Vier sappige entrecôtes liggen na een dry rub te wachten op sintels om met een krokant grilljasje het kleurrijke rauwkostschilderij op de feesttafel te vervolmaken. Wanneer de eerste steak de hete grill raakt, hoor ik een koe luid loeien.

koetjes en kalfjes
25.05.2022

Het Avondland

Ik krabbel recht. Ondanks het schuimrubberen matje voelen mijn knieën pijnlijk aan. Onkruid wieden op de oprit, sommige mensen vinden het rustgevend, ik behoor tot de andere soort. Met een grimas wankel ik naar de rand van de weg waar zopas een Renault 21 Turbo is gestopt. Een man met een groot montuur en donkere glazen wacht geduldig tot het raampje zoemend in het portier is verdwenen. Zijn ellenboog laat hij in de vensteropening rusten. De tattoo op zijn voorarm, een woest kijkende centaur met een gespannen boog, voorspelt weinig goeds. De man in de passagierszetel kijkt nerveus op zijn uurwerk.

‘Wij hebben een vraag?’ zegt de man aan het stuur.

Daar heb ik geen bezwaar tegen.

‘Kent u het Avondland?’ Hij stelt de vraag alsof hij zelf het antwoord weet en me om één of andere reden wil testen.

Ik voel nattigheid en ben op mijn hoede, maar er is ook een zekere opwinding. Ik veeg de onkruidsporen af aan mijn short en koester het moment waarop ik mijn kennis ga kunnen etaleren, zoals bij een quiz waar je als enige van je groepje het antwoord weet. ‘Jazeker,’ zeg ik triomfantelijk. ‘Het Avondland is een dichterlijke omschrijving van Europa.’ (Ik laat een dramatische pauze vallen). ‘Europa komt van het Fenicische woord ‘ereb’, dat ‘avond’ betekent. Voor de Feniciërs ging hier de zon onder, vandaar: Het Avondland.’

Er valt een stilte. Beide mannen kijken mekaar aan. De man op de passagierszetel buigt naar het open raam toe. ‘Sportkantine Het Avondland.’ Hij wijst naar de bogen en kokers met pijlen op de achterbank. ‘Wij zijn van de staande wipschieters Willem Tell uit Hasselt.’ 

toewip
30.03.2022

Ockhams scheermes

Op een dag waren de middeleeuwen voorbij. Mensen kwamen op straat en juichten, eerst nog aarzelend, beducht voor een list, dan met volle overgave, er kon eindelijk ten volle geleefd worden. Het ijzeren korset van angst en bijgeloof was afgeworpen. Een groot volksfeest brak los. Dagenlang werd er gefeest. Het licht dat tot voor kort enkel door kieren en spleten viel, overspoelde nu het marktplein. Mensen keken mekaar aan alsof ze voor het eerst hun ware aard zagen. Met het hout voor de brandstapels werden grote vreugdevuren aangelegd waarop hele varkens en halve runderen gebraden werden, en zoals het hoort in een ontwikkelde samenleving ontstond in één ruk ook de groentebrochette.

Sinds enkele jaren lijkt de omgekeerde beweging ingezet. Complotdenkers en fantasten, flatearthers en antivaxers, populisten en trollen verbergen zich niet langer onder de plaveisels van het gezond verstand. They’re loud and they’re proud to be loud!
Het scheermes van Ockham – de vuistregel, dat best die verklaring kan worden gekozen die de minste aannames bevat, of om het met de woorden van Etienne Vermeersch te zeggen: de meest eenvoudige verklaring is meestal de juiste – dat scheermes is bot en moet dringend worden gewet. Misschien is het tijd voor een upgrade. Droogscheren heeft zijn beste tijd gehad. Voor een benevelde geest en geïrriteerd ego, gebruik Ockham Scheerschuim *.

*Disclaimer : Als er meer lucht in zit dan zeep is het waarschijnlijk geen Ockham!

party
24.10.2021

Mist

Wanneer er mist hangt over het land heeft de wereld iets te verbergen. Dat soort uitspraken deed mijn grootvader wanneer we bij het ochtendgloren langs de bosvijvers wandelden. Hij sprak ze uit met dezelfde nonchalance als waarmee hij zijn pijp stopte. Het was zijn manier om een gesprek te beginnen. Natuurlijk vroeg ik hem dan wát de wereld juist te verbergen had. Hij keek me geamuseerd aan en liet een lange pauze vallen die zeker tot aan de volgende bocht duurde. Luister, zei hij dan. (Ik luisterde.) Luister je? (Ik knikte.) Wat hoor je? (Ik aarzelde.) Niets. Dat komt omdat je niet echt luistert, zei hij. Daar de wielewaal en de vink, en ginder kikkers, en dat geritsel kan een haas zijn, misschien wel een vos. Ja, dat hoor ik ook wel, zei ik met rollende ogen. Maar wát heeft de wereld juist te verbergen, drong ik aan. Daar hebben wij mensen het raden naar, antwoordde hij beslist. Maar ík denk dat de wereld ons sommige vooruitzichten wil besparen. Een mens moet niet alles wat er op hem afkomt kennen. Niemand van ons zou nog gerust slapen als we de toekomst voor ons zagen. Het klonk toen als een redelijke uitleg die ik maar half begreep. Mij leek het juist spannend om in de toekomst te kunnen kijken.

Vele jaren later wanneer mijn grootvader aan zijn laatste stukje leven begon, sakkerde hij steeds vaker over zijn falende geheugen. Als ik op bezoek kwam en we moeizaam naar de boskant van de tuin wandelden, vroeg ik hem hoe het ging. Er hangt mist in mijn hoofd, zei hij dan. 

vijver mist
28.06.2021

Lady & de Vagebond

Aan het eind van de straat, waar rechts het bos en links de velden beginnen, staat een huis. Tien jaar geleden kwam het leeg te staan na een tragisch voorval. Niet veel later nam een bohémien er zijn intrek. De bohémien kocht het pand niet, ook huurde hij niet, dat lag niet in zijn aard. De bohémien trok er gewoon in. Met deze drieste daad verklaarde hij zichzelf tot bewoner van het huis tussen bos en veld. Vooraan sloeg hij een paaltje in de grond en nagelde er een plank aan vast. ‘Kunstenaar’ stond er in dansende letters op geschilderd. Hij deed wat veel kunstenaars doen, hij kleedde en gedroeg zich excentriek. In de tuin hield hij een paard met hooikoorts, een Lama met een scheef gebit, een bijziend  hangbuikzwijn en een Tibetaanse Masstif. Rondom het huis verzamelde de bohémien voertuigen waarvan onduidelijk was of ze het nog deden. Een auto, een brommer, een campingcar, een caravan en zelfs een oplegger met een kleine zeilboot. Op een dag vertoonde de zelfverklaarde kunstenaar zich in het gezelschap van een elegante verschijning. Een modieuze, verfijnde jonge vrouw met een – zo werd gefluisterd – voorname pedigree, had zich aan zijn zijde geschaard. Ze flaneerden over het bospad en langs de velden, hadden alleen elkaar nodig en trotseerden samen de theatrale scènes wanneer de welgestelde familie van de jongedame haar smeekte naar huis te komen en niet hetzelfde lot als Puccini’s Mimi te ondergaan.   

Na al die jaren is het me nog steeds niet duidelijk wat voor kunst de zelfverklaarde kunstenaar maakt. Er verschijnen geen dichtbundels op zijn naam, geen beelden in zijn tuin, geen schilderwerk achter het raam, ik zie hem nooit dansen tussen zijn dieren en ook zang of theater lijkt niet aan hem besteed. Tenzij zijn kunst erin bestaat om onbekommerd en ongeregeld door het leven te gaan. Want in dat geval is hij waarlijk een groot kunstenaar. 

lady en de vagebond
28.06.2021

Geen Kant op

Ik liep over de Kesselberg, het was nog vroeg en van waar je ook kwam, de wind zat tegen. Ik had er een voorteken in kunnen lezen, net zoals vanmorgen in de drab op de bodem van mijn koffiemok. Er zouden ongetwijfeld nog wandelaars over deze heuvels zwerven maar ik zag er geen een en waande me de laatste man (m/v/x) op aarde. Als laatste in mijn soort werd alles plots een stuk eenvoudiger. Er was niemand meer aan wie ik me moest verantwoorden. Niemand zou nog over me oordelen. Gedaan met L’enfer, c’est les autres. Die gedachte was tegelijk bevrijdend en verontrustend. Hoe snel zou ik afglijden naar ongewenst gedrag? En konden we überhaupt nog wel spreken van ongewenst gedrag wanneer ik als enige overbleef? Ik beklaagde het me in de lessen filosofie niet aandachtiger te zijn geweest tijdens het hoorcollege over De Categorische Imperatief. Er was me mogelijk veel piekeren bespaard gebleven. Net op tijd daagde in de verte de eerste soortgenoten op. De blik van de andere was zelden zo troostend.

Hoe was je wandeling?, vroeg mijn vrouw wanneer ik ontdaan in het deurgat verscheen. Niet zo best, zei ik. Het liep niet zoals verwacht. Ik kreeg het benauwd. Bij momenten was ik volledig de weg kwijt. Mijn vrouw schudde zuchtend het hoofd. Neem volgende keer gewoon de hond mee. Die vindt blind de weg terug.

De hond, als hulp bij existentiële vraagstukken. Daar zouden Sartre en Kant nooit zijn opgekomen.

Billy en Kant
28.06.2021

Bijwerkingen

Op de parking van het vaccinatiecentrum is het bloedheet. Ik zet de motor af. Met mijn hand op het portier staar ik naar de taartdoos op de passagierszetel. De achtvormige puddingkoeken van bakkerij Timmermans zijn voortreffelijk. Ze zijn dan ook vaak uitverkocht voor wie na de middag nog zin krijgt. Eerst langs de bakker voor ze op zijn, dan snel een prik, dat was het plan. Een feilloos plan zo dacht ik. Nu ik hier op de parking sta, ben ik daar niet meer zo zeker van. 

Net als baby’s en puppy’s verdragen puddingkoeken geen hoge temperaturen. Een halfuur kan al fataal zijn. Mee naar binnen nemen, lijkt ongepast. Hulpverleners en vrijwilligers kunnen dergelijke attenties wel appreciëren, maar met slechts vier koffiekoeken ga ik afgunst en onrust brengen in deze perfect geoliede machine. Dat is geen optie. Opeten dan maar. Gulzig schrok ik de koffiekoeken naar binnen en begeef me burpend achter het mondmasker naar het mij toegewezen prikstation.  

Niet teveel last gehad? Vragen kennissen en vrienden de volgende dagen, vaak in anticipatie op hun eigen prik. Viel wel mee, antwoord ik naar waarheid. Beetje misselijk, dat wel. 

vaccinatiespuitjes
17.06.2021

Sócrates

In de zomer van 1982 heerste het sambavoetbal over de pleintjes. De Goddelijke Kanaries grepen dan wel naast de wereldtitel, voor ons jongens van 12 waren zij de enige denkbare winnaar. Op het grasveld achter de Don Bosco kerk speelden we elke dag het wereldkampioenschap. De eindzege lag op voorhand vast. Ook toen al had de werkelijkheid geen verhaal tegen jongensdromen. Ik wilde Zico zijn maar stond te laag in de pikorde. Gelukkig was er exotische talent op overschot. Ik werd die zomer: Sócrates Brasileiro Sampaio de Souza Vieira de Oliveira en speelde zoals de naam van de tong rolt, wervelend, ongrijpbaar als een vallende zijden sjaal. 

Als je je kind Sócrates noemt, hoop je waarschijnlijk: als hij maar geen voetballer wordt. Voetballers luisteren naar namen als Pelé, Zico, Diego, Zidane, Pirlo, Lukaku … niet naar Sócrates. Met Sócrates ga je voor een doctorstitel, word je arts, advocaat, filosoof. Sócrates was een voorbeeldige zoon en studeerde geneeskunde, en schopte het met evenveel gemak tot kapitein van het Braziliaanse elftal. Geen idee hoe hij als dokter was, als aanvallende middenvelder was hij een Goddelijke Kanarie. 

In 2011 trekt een kort artikel in de krant mijn aandacht. Sócrates, oud-kapitein van de Braziliaanse nationale ploeg is overleden. 57 is hij geworden. De drank werd hem fataal. Tja, kanaries worden nu eenmaal niet oud, ook goddelijke niet. – In mijn herinnering zal hij nooit ouder dan 12 zijn. 

goal
29.06.2021