Oefeningen

in Rusteloosheid

Het Avondland

Ik krabbel recht. Ondanks het schuimrubberen matje voelen mijn knieën pijnlijk aan. Onkruid wieden op de oprit, sommige mensen vinden het rustgevend, ik behoor tot de andere soort. Met een grimas wankel ik naar de rand van de weg waar zopas een Renault 21 Turbo is gestopt. Een man met een groot montuur en donkere glazen wacht geduldig tot het raampje zoemend in het portier is verdwenen. Zijn ellenboog laat hij in de vensteropening rusten. De tattoo op zijn voorarm, een woest kijkende centaur met een gespannen boog, voorspelt weinig goeds. De man in de passagierszetel kijkt nerveus op zijn uurwerk.

‘Wij hebben een vraag?’ zegt de man aan het stuur.

Daar heb ik geen bezwaar tegen.

‘Kent u het Avondland?’ Hij stelt de vraag alsof hij zelf het antwoord weet en me om één of andere reden wil testen.

Ik voel nattigheid en ben op mijn hoede, maar er is ook een zekere opwinding. Ik veeg de onkruidsporen af aan mijn short en koester het moment waarop ik mijn kennis ga kunnen etaleren, zoals bij een quiz waar je als enige van je groepje het antwoord weet. ‘Jazeker,’ zeg ik triomfantelijk. ‘Het Avondland is een dichterlijke omschrijving van Europa.’ (Ik laat een dramatische pauze vallen). ‘Europa komt van het Fenicische woord ‘ereb’, dat ‘avond’ betekent. Voor de Feniciërs ging hier de zon onder, vandaar: Het Avondland.’

Er valt een stilte. Beide mannen kijken mekaar aan. De man op de passagierszetel buigt naar het open raam toe. ‘Sportkantine Het Avondland.’ Hij wijst naar de bogen en kokers met pijlen op de achterbank. ‘Wij zijn van de staande wipschieters Willem Tell uit Hasselt.’ 

toewip
30.03.2022

Ockhams scheermes

Op een dag waren de middeleeuwen voorbij. Mensen kwamen op straat en juichten, eerst nog aarzelend, beducht voor een list, dan met volle overgave, er kon eindelijk ten volle geleefd worden. Het ijzeren korset van angst en bijgeloof was afgeworpen. Een groot volksfeest brak los. Dagenlang werd er gefeest. Het licht dat tot voor kort enkel door kieren en spleten viel, overspoelde nu het marktplein. Mensen keken mekaar aan alsof ze voor het eerst hun ware aard zagen. Met het hout voor de brandstapels werden grote vreugdevuren aangelegd waarop hele varkens en halve runderen gebraden werden, en zoals het hoort in een ontwikkelde samenleving ontstond in één ruk ook de groentebrochette.

Sinds enkele jaren lijkt de omgekeerde beweging ingezet. Complotdenkers en fantasten, flatearthers en antivaxers, populisten en trollen verbergen zich niet langer onder de plaveisels van het gezond verstand. They’re loud and they’re proud to be loud!
Het scheermes van Ockham – de vuistregel, dat best die verklaring kan worden gekozen die de minste aannames bevat, of om het met de woorden van Etienne Vermeersch te zeggen: de meest eenvoudige verklaring is meestal de juiste – dat scheermes is bot en moet dringend worden gewet. Misschien is het tijd voor een upgrade. Droogscheren heeft zijn beste tijd gehad. Voor een benevelde geest en geïrriteerd ego, gebruik Ockham Scheerschuim *.

*Disclaimer : Als er meer lucht in zit dan zeep is het waarschijnlijk geen Ockham!

party
24.10.2021

Mist

Wanneer er mist hangt over het land heeft de wereld iets te verbergen. Dat soort uitspraken deed mijn grootvader wanneer we bij het ochtendgloren langs de bosvijvers wandelden. Hij sprak ze uit met dezelfde nonchalance als waarmee hij zijn pijp stopte. Het was zijn manier om een gesprek te beginnen. Natuurlijk vroeg ik hem dan wát de wereld juist te verbergen had. Hij keek me geamuseerd aan en liet een lange pauze vallen die zeker tot aan de volgende bocht duurde. Luister, zei hij dan. (Ik luisterde.) Luister je? (Ik knikte.) Wat hoor je? (Ik aarzelde.) Niets. Dat komt omdat je niet echt luistert, zei hij. Daar de wielewaal en de vink, en ginder kikkers, en dat geritsel kan een haas zijn, misschien wel een vos. Ja, dat hoor ik ook wel, zei ik met rollende ogen. Maar wát heeft de wereld juist te verbergen, drong ik aan. Daar hebben wij mensen het raden naar, antwoordde hij beslist. Maar ík denk dat de wereld ons sommige vooruitzichten wil besparen. Een mens moet niet alles wat er op hem afkomt kennen. Niemand van ons zou nog gerust slapen als we de toekomst voor ons zagen. Het klonk toen als een redelijke uitleg die ik maar half begreep. Mij leek het juist spannend om in de toekomst te kunnen kijken.

Vele jaren later wanneer mijn grootvader aan zijn laatste stukje leven begon, sakkerde hij steeds vaker over zijn falende geheugen. Als ik op bezoek kwam en we moeizaam naar de boskant van de tuin wandelden, vroeg ik hem hoe het ging. Er hangt mist in mijn hoofd, zei hij dan. 

vijver mist
28.06.2021

Lady & de Vagebond

Aan het eind van de straat, waar rechts het bos en links de velden beginnen, staat een huis. Tien jaar geleden kwam het leeg te staan na een tragisch voorval. Niet veel later nam een bohémien er zijn intrek. De bohémien kocht het pand niet, ook huurde hij niet, dat lag niet in zijn aard. De bohémien trok er gewoon in. Met deze drieste daad verklaarde hij zichzelf tot bewoner van het huis tussen bos en veld. Vooraan sloeg hij een paaltje in de grond en nagelde er een plank aan vast. ‘Kunstenaar’ stond er in dansende letters op geschilderd. Hij deed wat veel kunstenaars doen, hij kleedde en gedroeg zich excentriek. In de tuin hield hij een paard met hooikoorts, een Lama met een scheef gebit, een bijziend  hangbuikzwijn en een Tibetaanse Masstif. Rondom het huis verzamelde de bohémien voertuigen waarvan onduidelijk was of ze het nog deden. Een auto, een brommer, een campingcar, een caravan en zelfs een oplegger met een kleine zeilboot. Op een dag vertoonde de zelfverklaarde kunstenaar zich in het gezelschap van een elegante verschijning. Een modieuze, verfijnde jonge vrouw met een – zo werd gefluisterd – voorname pedigree, had zich aan zijn zijde geschaard. Ze flaneerden over het bospad en langs de velden, hadden alleen elkaar nodig en trotseerden samen de theatrale scènes wanneer de welgestelde familie van de jongedame haar smeekte naar huis te komen en niet hetzelfde lot als Puccini’s Mimi te ondergaan.   

Na al die jaren is het me nog steeds niet duidelijk wat voor kunst de zelfverklaarde kunstenaar maakt. Er verschijnen geen dichtbundels op zijn naam, geen beelden in zijn tuin, geen schilderwerk achter het raam, ik zie hem nooit dansen tussen zijn dieren en ook zang of theater lijkt niet aan hem besteed. Tenzij zijn kunst erin bestaat om onbekommerd en ongeregeld door het leven te gaan. Want in dat geval is hij waarlijk een groot kunstenaar. 

lady en de vagebond
28.06.2021

Geen Kant op

Ik liep over de Kesselberg, het was nog vroeg en van waar je ook kwam, de wind zat tegen. Ik had er een voorteken in kunnen lezen, net zoals vanmorgen in de drab op de bodem van mijn koffiemok. Er zouden ongetwijfeld nog wandelaars over deze heuvels zwerven maar ik zag er geen een en waande me de laatste man (m/v/x) op aarde. Als laatste in mijn soort werd alles plots een stuk eenvoudiger. Er was niemand meer aan wie ik me moest verantwoorden. Niemand zou nog over me oordelen. Gedaan met L’enfer, c’est les autres. Die gedachte was tegelijk bevrijdend en verontrustend. Hoe snel zou ik afglijden naar ongewenst gedrag? En konden we überhaupt nog wel spreken van ongewenst gedrag wanneer ik als enige overbleef? Ik beklaagde het me in de lessen filosofie niet aandachtiger te zijn geweest tijdens het hoorcollege over De Categorische Imperatief. Er was me mogelijk veel piekeren bespaard gebleven. Net op tijd daagde in de verte de eerste soortgenoten op. De blik van de andere was zelden zo troostend.

Hoe was je wandeling?, vroeg mijn vrouw wanneer ik ontdaan in het deurgat verscheen. Niet zo best, zei ik. Het liep niet zoals verwacht. Ik kreeg het benauwd. Bij momenten was ik volledig de weg kwijt. Mijn vrouw schudde zuchtend het hoofd. Neem volgende keer gewoon de hond mee. Die vindt blind de weg terug.

De hond, als hulp bij existentiële vraagstukken. Daar zouden Sartre en Kant nooit zijn opgekomen.

Billy en Kant
28.06.2021

Bijwerkingen

Op de parking van het vaccinatiecentrum is het bloedheet. Ik zet de motor af. Met mijn hand op het portier staar ik naar de taartdoos op de passagierszetel. De achtvormige puddingkoeken van bakkerij Timmermans zijn voortreffelijk. Ze zijn dan ook vaak uitverkocht voor wie na de middag nog zin krijgt. Eerst langs de bakker voor ze op zijn, dan snel een prik, dat was het plan. Een feilloos plan zo dacht ik. Nu ik hier op de parking sta, ben ik daar niet meer zo zeker van. 

Net als baby’s en puppy’s verdragen puddingkoeken geen hoge temperaturen. Een halfuur kan al fataal zijn. Mee naar binnen nemen, lijkt ongepast. Hulpverleners en vrijwilligers kunnen dergelijke attenties wel appreciëren, maar met slechts vier koffiekoeken ga ik afgunst en onrust brengen in deze perfect geoliede machine. Dat is geen optie. Opeten dan maar. Gulzig schrok ik de koffiekoeken naar binnen en begeef me burpend achter het mondmasker naar het mij toegewezen prikstation.  

Niet teveel last gehad? Vragen kennissen en vrienden de volgende dagen, vaak in anticipatie op hun eigen prik. Viel wel mee, antwoord ik naar waarheid. Beetje misselijk, dat wel. 

vaccinatiespuitjes
17.06.2021

Sócrates

In de zomer van 1982 heerste het sambavoetbal over de pleintjes. De Goddelijke Kanaries grepen dan wel naast de wereldtitel, voor ons jongens van 12 waren zij de enige denkbare winnaar. Op het grasveld achter de Don Bosco kerk speelden we elke dag het wereldkampioenschap. De eindzege lag op voorhand vast. Ook toen al had de werkelijkheid geen verhaal tegen jongensdromen. Ik wilde Zico zijn maar stond te laag in de pikorde. Gelukkig was er exotische talent op overschot. Ik werd die zomer: Sócrates Brasileiro Sampaio de Souza Vieira de Oliveira en speelde zoals de naam van de tong rolt, wervelend, ongrijpbaar als een vallende zijden sjaal. 

Als je je kind Sócrates noemt, hoop je waarschijnlijk: als hij maar geen voetballer wordt. Voetballers luisteren naar namen als Pelé, Zico, Diego, Zidane, Pirlo, Lukaku … niet naar Sócrates. Met Sócrates ga je voor een doctorstitel, word je arts, advocaat, filosoof. Sócrates was een voorbeeldige zoon en studeerde geneeskunde, en schopte het met evenveel gemak tot kapitein van het Braziliaanse elftal. Geen idee hoe hij als dokter was, als aanvallende middenvelder was hij een Goddelijke Kanarie. 

In 2011 trekt een kort artikel in de krant mijn aandacht. Sócrates, oud-kapitein van de Braziliaanse nationale ploeg is overleden. 57 is hij geworden. De drank werd hem fataal. Tja, kanaries worden nu eenmaal niet oud, ook goddelijke niet. – In mijn herinnering zal hij nooit ouder dan 12 zijn. 

goal
29.06.2021