Oefeningen

in Rusteloosheid

Waarover We Praten Als We Over Golf Praten

Dit is een land van voetballers en wielrenners. We brengen onze weekends door op noppen en klikpedalen. Het zit in onze kuiten, in onze VO2 max, in onze liefde voor witgekalkte lijnen, modder en kassei. We staan te roepen en te razen als berserkers achter rammelende dranghekken en op tribunes met betonrot. Een benefiet waar geen gesigneerd voetbalshirt wordt geveild, neemt zichzelf niet ernstig, en voor Kom op tegen kanker fietsen we ons met overgave een mild infarct. – Nog niet overtuigd? – Is er vandaag iemand die ons sport-DNA meer belichaamt dan Remco (de voornaam is voldoende). Het voetballertje dat uit de kast kwam als topwielrenner. De perfecte sportheld. Clubkleuren in lycrabroek.

De andere sporten doen hun naar zweet stinkende best, maar een koortsopstoot niet te na gesproken, blijft de doorsnee Belg hondstrouw aan zijn groene rechthoek en claxonnerende volgwagens. – Die (opgeklopte) spanning, dat wij-gevoel, de ontlading, de heroïsche prestaties door journalisten in dooddoeners bezongen na de streep of in de catacomben van het stadion, daar heeft de golfsport geen pasklaar antwoord op (al komt de Ryder Cup aardig in de buurt).

Voor de buitenstaander blijft golf een merkwaardig tijdverdrijf (noem het vooral geen sport). Een spel waarbij zo vaak wordt geknield voor een gat in de grond lijkt wel een kruisweg met achttien staties. En wat te denken van die in kleurrijke merkkledij gehulde figuren die zich over zorgvuldig gemanicuurde grasvelden bewegen aan een tempo dat dicht aanleunt bij een museumbezoek. – En toch, wie de handschoen durft op te nemen (ja, slechts één) en zich bekwaamt in dit eeuwenoude spel, trakteert zichzelf op veel meer dan een gezonde wandeling. Er ligt geen sixpack in het verschiet en benen scheren helpt niet, maar voor wie zichzelf beter wil leren kennen, voor wie deemoedig in eigen ziel wil kijken, bestaat er geen (h)eerlijker spel. – De golfer zoekt geen steun bij tifosi, heeft geen nood aan een zeemvel in de geruite broek; de golfer is een eenzaat die na elke swing in de spiegel kijkt en zelden ziet waarop was gehoopt; de golfer vraagt zich na elke ronde af hoe een ogenschijnlijk eenvoudige handeling tot zoveel gepruts kon leiden – maar, de golfer leert ook om tekortkomingen te aanvaarden, en om de zeldzame verwezenlijkingen te omarmen. De golfer is een eeuwige optimist die koppig blijft geloven dat de dag ooit komt waarop … 

Ruim 2000 jaar voor het golfspel vanaf de grillige kustlijn van Schotland aan zijn gestage opmars begon, bedacht ene Zeno van Citium in het oude Griekenland een filosofie die bekend zou worden als de Stoa (naar de zuilengang in Athena waar hij zijn onderricht gaf). Epictetus, Seneca en Marcus Aurelius maakten er een soort zelfhulpcursus van die erg gesmaakt werd door de Romeinen. – De kwintessens van de stoïcijnse filosofie was dan ook eenvoudig en bovenal praktisch: leer jezelf te beheersen, verdraag tegenslag, en maak onderscheid tussen de dingen die je zelf kunt beïnvloeden en veranderen, en de rest waartegen je machteloos bent

De Stoïcijnen zouden verdomd goeie golfers geweest zijn, en Zeno van Citium, Epictetus, Seneca en Marcus Aurelius een geweldig foursome. 

binnenkant van porseleinen urinoir met golfvlagje als richtpunt

Zin in meer?