In de kathedraal is er ruimte voor de galm in mijn hoofd
onder rondbogen en glas-in-lood leggen besognes zich af
als een soutane voor het altaar van de afwezige God
U-bevindt-zich-hier kijkt verveeld op ons neer en ziet:
zwaar weegt verdriet dat men niet kan benoemen
in leegte zit ruimte, in afwezigheid zit verlangen,
in leegte zit ruimte, in afwezigheid zit verlangen,
in leegte zit ruimte, in afwezigheid zit verlangen,
herhaal ik als rozenkrans in het bijzijn van de afwezige God
De stoelenrijen vullen zich met hoop en verwachting
en de goddelozen schuifelen naar de uitgang
tot liederen alles vullen met meerstemmigheid
en het antwoord de vraag doet vergeten
29


